Dutch Songs for Children – Dutch Culture for kids

1. Altijd is Kortjakje ziek

Is Kortjakje goed gezond
 Altijd is Kortjakje ziek


Midden in de week maar ‘s-zondags niet


’s-Zondags gaat zij naar de kerk


Met een boek vol zilverwerk

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Altijd is Kortjakje ziek


Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Midden in de week wil zij niet wassen


’s-Zondags strikt ze herendassen

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s zondags niet

‘s-Zondags als haar liefste komt

Altijd is Kortjakje ziek


Midden in de week maar ‘s-zondags niet

2. Slaap kindje slaap

Slaap, kindje, slaap

daar buiten loopt een schaap.

Een schaap met witte voetjes

dat drinkt zijn melk zo zoetjes.

Slaap, kindje, slaap

daar buiten loopt een schaap.

3. Zakdoekje leggen

Zakdoekje leggen

Niemand zeggen


Kukeleku zo kraait de haan


twee paar schoenen heb ik aan


Een van stof en een van leer

Hier leg ik mijn zakdoekje neer

Zakdoekje leggen

Niemand zeggen

Ik heb de hele nacht gewaakt

Twee paar schoenen heb ik afgemaakt


Een van stof en een van leer

Hier leg ik mijn zakdoekje neer

4. Zeg ken jij de mosselman

Zeg ken jij de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Zeg ken jij de mosselman,


die woont in Scheveningen

Ja ik ken de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Ja ik ken de mosselman,

die woont in Scheveningen

Samen kennen we de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Samen kennen we de mosselman,

die woont in Scheveningen

5. Hoedje van papier

Eén twee drie vier, hoedje van hoedje van.

Eén twee drie vier, hoedje van papier.


Als ‘t hoedje dan niet past,


Zet ‘t in de glazen kast.


Eén twee drie vier, hoedje van papier.

6. Ik zag twee beren


Ik zag twee beren


Broodjes smeren.

Oh, het was een wonder

Het was een wonder, boven wonder

Dat die beren smeren konden


Hi hi hi, ha ha

ha
Ik stond er bij en ik keek er naar

7. Alle eendjes zwemmen in het water


Alle eendjes zwemmen in het water

Falderalderiere

Falderalderare

Alle eendjes zwemmen in het water

Fal, fal, falderalderalderaldera

8. Berend Botje

Berend Botje ging uit varen

Met zijn scheepje naar Zuid-Laren

De weg was recht, de weg was krom


Nooit kwam Berend Botje weerom

Eén twee drie vier vijf zes zeven

Waar is Berend Botje gebleven

Hij is niet hier, hij is niet daar

Hij is naar Amerika

Amerika, Amerika


Drie maal in de rondte van je hopsa-sa


Amerika, Amerika

Drie maal in de rondte van je hopsa-sa

9. Zie ginds komt de stoomboot

Zie ginds komt de stoomboot


uit Spanje weer aan.


Hij brengt ons Sint Nicolaas
ik

zie hem al staan.


Hoe huppelt zijn paardje

het dek op en neer,

hoe waaien de wimpels

al heen en al weer.

Zijn knecht staat te lachen

en roept ons reeds toe:

Wie zoet is krijgt lekkers;

wie stout is de roe!

Oh, lieve Sint Nicolaas

kom ook eens bij mij

en rijd toch niet stilletjes


ons huisje voorbij!

10. Schipper mag ik overvaren

Schipper, mag ik overvaren.

Ja of nee?

Moet ik dan een cent betalen

Ja of nee?

Dutch Songs for Children

  1. Altijd is Kortjakje ziek
  2. Slaap kindje slaap
  3. Zakdoekje leggen
  4. Zeg ken jij de mosselman
  5. Hoedje van papier
  6. Ik zag twee beren
  7. Alle eendjes zwemmen in het water
  8. Berend Botje
  9. Zie ginds komt de stoomboot
  10. Schipper mag ik overvaren

1. Altijd is Kortjakje ziek

Is Kortjakje goed gezond
 Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

‘s-Zondags gaat zij naar de kerk

Met een boek vol zilverwerk

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Midden in de week wil zij niet wassen

‘s-Zondags strikt ze herendassen

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s zondags niet

‘s-Zondags als haar liefste komt

Altijd is Kortjakje ziek

Midden in de week maar ‘s-zondags niet

2. Slaap kindje slaap

Slaap, kindje, slaap

daar buiten loopt een schaap.

Een schaap met witte voetjes

dat drinkt zijn melk zo zoetjes.

Slaap, kindje, slaap

daar buiten loopt een schaap.

3. Zakdoekje leggen

Zakdoekje leggen

Niemand zeggen

Kukeleku zo kraait de haan

twee paar schoenen heb ik aan

Een van stof en een van leer

Hier leg ik mijn zakdoekje neer

Zakdoekje leggen

Niemand zeggen

Ik heb de hele nacht gewaakt

Twee paar schoenen heb ik afgemaakt

Een van stof en een van leer

Hier leg ik mijn zakdoekje neer

4. Zeg ken jij de mosselman

Zeg ken jij de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Zeg ken jij de mosselman,

die woont in Scheveningen

Ja ik ken de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Ja ik ken de mosselman,

die woont in Scheveningen

Samen kennen we de mosselman,

de mosselman,

de mosselman

Samen kennen we de mosselman,

die woont in Scheveningen

5. Hoedje van papier

Eén twee drie vier, hoedje van hoedje van.

Eén twee drie vier, hoedje van papier.

Als ‘t hoedje dan niet past,

Zet ‘t in de glazen kast.

Eén twee drie vier, hoedje van papier.

 

6. Ik zag twee beren

Ik zag twee beren

Broodjes smeren.

Oh, het was een wonder

Het was een wonder, boven wonder

Dat die beren smeren konden

Hi hi hi, ha ha

ha
Ik stond er bij en ik keek er naar

 

7. Alle eendjes zwemmen in het water

Alle eendjes zwemmen in het water

Falderalderiere

Falderalderare

Alle eendjes zwemmen in het water

Fal, fal, falderalderalderaldera

8. Berend Botje

Berend Botje ging uit varen

Met zijn scheepje naar Zuid-Laren

De weg was recht, de weg was krom

Nooit kwam Berend Botje weerom

Eén twee drie vier vijf zes zeven

Waar is Berend Botje gebleven

Hij is niet hier, hij is niet daar

Hij is naar Amerika

Amerika, Amerika

Drie maal in de rondte van je hopsa-sa

Amerika, Amerika

Drie maal in de rondte van je hopsa-sa

9. Zie ginds komt de stoomboot

Zie ginds komt de stoomboot

uit Spanje weer aan.

Hij brengt ons Sint Nicolaas
ik

zie hem al staan.

Hoe huppelt zijn paardje

het dek op en neer,

hoe waaien de wimpels

al heen en al weer.

Zijn knecht staat te lachen

en roept ons reeds toe:

Wie zoet is krijgt lekkers;

wie stout is de roe!

Oh, lieve Sint Nicolaas

kom ook eens bij mij

en rijd toch niet stilletjes

ons huisje voorbij!

10. Schipper mag ik overvaren

Schipper, mag ik overvaren.

Ja of nee?

Moet ik dan een cent betalen

Ja of nee?